Kinderopvang

De Rakkers

Wil jij ook bij ons komen spelen?

Omgang met ouders

Een professionele relatie met ouders/verzorgers, waarin regelmatig overleg tussen ouders en leidsters plaats vindt en waarin ideeën en informatie over de opvoeding worden uitgewisseld, vinden wij belangrijk.

 

Wij delen de opvoeding immers met ouders in de tijd dat hun kind bij ons is. Tijdens het eerste contact -het intake gesprek- vindt er al informatie uitwisseling plaats. De ouder verdient respect als ervaren opvoeder, de leidster verdient respect voor haar door studie en ervaring opgebouwde deskundigheid. Over en weer vullen partijen elkaar zo aan en leren van elkaar.

 

De dagelijkse gesprekjes bij het brengen en ophalen zijn waardevol. Verder maken we gebruik van het schriftje tot de leeftijd van een jaar. Ouders kunnen er veranderingen in opschrijven en lezen wat de gebeurtenissen van de dag/week zijn geweest. Vanaf 1 jaar wordt er op het krijtbord beschreven wat de kinderen die dag hebben gegeten, geslapen etc. Eén keer per jaar hebben wij een 10 minuten gesprek met de ouders/verzorgers. Een ouder/verzorger kan te allen tijde een gesprek aanvragen om inhoudelijk dieper op een onderwerp of vraag in te gaan.

 

Wij willen dat ouders/verzorgers meedenken en meepraten over algemene zaken die hen aan gaan. Hiervoor hebben wij voor elke vestiging een oudercommissie, deze vergaderen gezamenlijk. Verder komt er regelmatig een nieuwsbrief uit, waarin ouders op de hoogte worden gehouden over de algemene zaken die hen aangaan.

Baby's ontwikkeling

Baby’s hebben een grote behoefte aan sociale contacten, daarom streven wij ernaar om de baby’s individuele aandacht te geven van de leidsters. Ook proberen wij er zorg voor te dragen dat de baby (zo ver mogelijk) betrokken wordt bij de andere kinderen. Al kunnen baby’s nog niet samen spelen, ze kunnen wel genieten van elkaars aanwezigheid en nabijheid.

Bij vragen kunt u contact opnemen met Claudia Wiersma. U kunt haar bereiken op 06-22887897.

Het kind staat centraal

Alle maatregels en acties in en rond het kinderdagverblijf vinden plaats met het oog op de ontwikkeling van het kind; het kind staat centraal.

 

Immers elk kind ontwikkelt zich op zijn/haar eigen manier op basis van aanleg en temperament. De leefwereld, het belang en de behoefte van het kind bepalen het handelen van de leidsters.

 

In het kind zit een drang om alle mogelijkheden die het bezit te benutten. Het kind experimenteert en ontdekt. De leidster volgt hierbij het kind en stimuleert waar nodig. De prikkel tot leren komt van binnenuit. Door gebruik te maken van de leergierigheid van kinderen en het bewust gekozen aanbod van activiteiten hierop af te stemmen, wordt de ontwikkeling gestimuleerd.

 

Sociale competentie/sociale ontwikkeling

Sociale competentie omvat vaardigheden en kennis over hoe je met anderen omgaat, je weg vindt in een groep, samenwerkt, rekening houdt met anderen, conflicten voorkomt en oplost en ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid.

 

Met elkaar vormen kinderen, ouders en leidsters een team. Iedereen hoort erbij, iedereen maakt deel uit van de groep. Samen met de andere kinderen wordt er een activiteit gedaan, een boekje gelezen of gezongen.

 

Een kind voelt zich meer betrokken bij het groepsgebeuren als het de waarden en normen van de groep herkent en zelf ook invloed heeft op de verschillende groepsprocessen. Wij nodigen het kind uit deel te nemen aan het groepsgebeuren.

 

Leidsters proberen een evenwicht te vinden tussen de belangen van de groep en de belangen van het individuele kind. Soms botst dit met elkaar, dan wordt gekeken wat op dat moment het belangrijkste is.

 

Motorische ontwikkeling

In de leeftijdsfase van 0 tot 4 jaar maakt een kind een grote ontwikkeling door in de motoriek. Hierbij is onderscheid te maken in de grove en de fijne motoriek.

 

Het kind werkt voornamelijk uit de schouders en nog niet vanuit de polsen of vingers. Het is voortdurend bezig met allerlei lichamelijke activiteiten om het gebruik van spieren, zintuigen en de coördinatie van de bewegingen te ontwikkelen.

 

De grove motoriek wordt gestimuleerd door het aanbieden van uitdagende spelmogelijkheden passend bij de leeftijd van de kinderen. Door het spelen leren kinderen hun eigen mogelijkheden kennen. Klauteren, klimmen en springen zijn zulke activiteiten. Ook het samen dansen en bewegen op muziek stimuleert de grove motoriek.

 

De fijne motoriek heeft betrekking op kleine bewegingen die coördinatie tussen ogen en handen vereisen, B.V. het grijpen naar voorwerpen, pakken, in de mond stoppen. De fijne motoriek kan worden geoefend en ontwikkeld door puzzelen, tekenen, knutselen, bouwen met duplo en het aan en uitkleden van poppen. Er wordt niet te lang aan tafel gezeten, zit activiteiten en beweging wisselen elkaar af.

Taal- en spraak ontwikkeling

Taal is het middel om contact te maken en om uitdrukking te geven aan gevoelens en behoeften. Het kind vraagt in taal uitleg en hulp.

 

Hoewel de ontwikkeling van de taal/spraak al in aanleg aanwezig is, gaat de ontwikkeling van de taal in de periode tussen het tweede en vierde jaar met sprongen vooruit.

 

Heel kleine kinderen praten door middel van lichaamstaal, vooral baby’s reageren op stemmingen. Het taalgebruik kan worden ondergebracht in:

-actief taalgebruik; spontaan alles wat het kind zegt

- passief taalgebruik; de taal die het kind verstaat en begrijpt, maar zelf nog niet spreekt.

 

De leidster speelt een actieve rol in deze ontwikkeling door veel naar het kind te luisteren en met het kind te praten. Dit gebeurt zoveel mogelijk in correct Nederlands. Het kind wordt de juiste klanken aangereikt, niet verbeteren, maar oefenen door middel van voorlezen en het benoemen van de kinderwereld.

 

Er wordt ook individuele aandacht gegeven, zodat het kind de tijd krijgt om zijn/haar verhaal te vertellen of te praten.

Spelletjes met klank, geluid en zingen met de kinderen zijn belangrijke activiteiten om de taalontwikkeling te stimuleren.